WATERING VAN ZUIDZANDE, 22ste BEGIN, DEN BROMPOLDER.
In 1688 woonde hier Barend Verstrate, die den timmer en de plantage met de baning van omtrent 60 gemeten pachtland den 10 April 1676 gekocht had van Jonkheer Cornelis de Boodt voor f 1800 boven de onkosten.
Op 29 April 1746 droeg Jan de Cant, die hier te voren had gewoond, den timmer voor f 600 over aan den toenmaligen bewoner Jannes van den Ameele, die hier nog woonde op 15 Februari 1752, toen hij den timmer en de plantage voor f 500 overdroeg aan Jannes Obijn. Obijn trouwde 22 Juli 1753 met Sara van Route en overleed 4 December 1771. De weduwe hertrouwde 6 Juni 1773 met Jasper Blansaart. De man gestorven 1 Maart 1787 en de weduwe hier gebleven tot 1792, toen zij is opgevolgd door haar zoon Jannes Obijn en Magdalena Casteleijn. De vrouw overleden 5 April 1813, de man hertrouwd 25 November 1813 met Adriana van Hecke. In 1825 zijn alhier gekomen Izaak Luteijn en Maria de Hullu, die in 1833 vertrokken zijn en in wier plaats toen zijn gekomen Abraham de Vlieger en Cathalijntje Risseeuw. Dezen verhuisden in 1851 naar de Berghofstede onder Zuidzande,en zijn toen opgevolgd door Izaak Luteijn en Magdalena Casteleijn, die in 1867 vertrokken naar den Capellepolder. Daarna werd de hofstede bekasteleind tot 1877, t
Bronnen:
De Hofsteden van Cadzand, J. de Hullu, 1928 en De hofsteden van Cadzand, Retranchement en Zuidzande, drs. H.A.M. van de Vijver, 1977