| Aantekeningen |
- Hij was de zoon (uit het 1e huwelijk) en erfopvolger van Godfried III van Leuven. In zijn beleid streefde hij naar een uitbreiding van zijn heerschappij voor het grondgebied tussen Schelde en Rijn en de beheersing van de handelsweg van Brugge naar Keulen. Hij slaagde er niet in het hertogelijk gezag in Neder-Lotharingen te herstellen. Niettemin wist hij zich een machtspositie te veroveren door in de strijd tussen de Welfen en de Hohenstaufen voortdurend van kamp te wisselen.
Hendrik kreeg vanaf 1172 bestuurlijke taken van zijn vader. Toen hij in 1179 trouwde kreeg Hendrik het graafschap Brussel van zijn vader. Toen Godfried van 1182 tot 1184 in het Heilige Land verbleef, trad Hendrik op als regent. Hendrik nam deel aan de Derde Kruistocht en was bevelhebber bij de belegeringen van Sidon en Beiroet. Hij zag echter af van een beleg van Jaffa na het nieuws van de dood van koning Hendrik II van Jeruzalem. In 1190 volgde hij zijn vader op als eerste met de titel hertog van Brabant en Neder-Lotharingen (hoewel dat laatste vooral een ceremoniële titel aan het worden was), graaf van Leuven en markgraaf van Antwerpen.
In 1191 liet hij zijn broer Albert benoemen tot bisschop van Luik. Toen die een jaar later werd vermoord hield Hendrik keizer Hendrik VI verantwoordelijk en werd hij een van de leiders van de opstanden tegen de keizer. Er volgde een periode van onrust en lokale conflicten, en nog in 1199 wist Hendrik de kroning van de volgende Duitse koning (Filips van Zwaben, broer van de overleden koning) te Aken te voorkomen. Hendrik sloot in 1204 vrede met Filips van Zwaben en werd beloond met de voogdij over de abdij van Nijvel en het kapittel van Sint-Servaas, het medebestuur over Maastricht en het recht zijn hertogdom aan een vrouwelijke erfgenaam na te laten (Hendrik had in 1204 alleen nog dochters).
Koning Filips II van Frankrijk wilde Hendrik in 1208 steunen om zelf koning van Duitsland te worden, maar Hendrik koos ervoor om de kandidatuur van Otto van Brunswijk te steunen. In 1212 kwam Hendrik in conflict met de bisschop van Luik over de opvolging van het graafschap Moha. Hendrik verwoestte de stad Luik in 1212 maar werd in 1213 verslagen in Steps. In 1214 was Hendrik verplicht om mee te vechten in de Slag bij Bouvines tegen zijn persoonlijke vriend Filips II van Frankrijk. Direct na de slag verzoende hij zich weer met Filips.
In 1229 gaf hij zijn aanspraken op Moha op. Keizer Frederik II van Hohenstaufen gaf Hendrik in 1235 de eervolle opdracht om naar Engeland te reizen en zijn verloofde Isabella Plantagenet op te halen, maar Hendrik werd ziek en overleed in Keulen.
Volgens de overlevering heeft hertog Hendrik I in 1185 de stad 's-Hertogenbosch gesticht. Zijn praalgraf is te vinden in de Leuvense Sint-Pieterskerk, alsook dat van Mathilde van Boulogne en zijn dochter Maria van Brabant.
* Maria, jong overleden.
Zoon van Godfried III van BRABANT (de Moedige) (zie 1580416) en Margaretha van LIMBURG (zie 1580417).
Gehuwd (1) v30-3-1180 met Mathilde van BOULOGNE (van de Elzas/van Lotharingen) (zie 790209).
Gehuwd (2) met Maria van FRANKRIJK, geboren 1198, overleden 1224, dochter van Filips II van FRANKRIJK (Augustus), koning van Frankrijk 1180-1123, en Isabella van HENEGOUWEN, koningin van Frankrijk, gravin van Valencijn. {Zij was ook ooit gehuwd met Filips I van NAMEN (de Edele), markgraaf van Namen, geboren 1175, overleden op 08-10-1212 te Blaton. Filips I van Namen (1175 - Blaton, 8 oktober 1212), bijgenaamd de Edele, was een zoon van Boudewijn V van Henegouwen, ook markgraaf van Namen, en van Margaretha van de Elzas, gravin van Vlaanderen.
Filips was (mark)graaf van Namen van 1195 tot 1212, in opvolging van zijn vader, maar het markgraafschap bleef afhankelijk van Henegouwen. Vanaf 1199 noemde hij zich markgraaf. In januari 1211 trad hij in het huwelijk met Maria, een dochter van koning Filips II van Frankrijk en Agnes van Meranië, maar het huwelijk bleef kinderloos.
Filips moest strijd leveren met de hertog van Bar, die aanspraak maakte op Namen uit hoofde van zijn echtgenote. In 1199 werd in Dinant een verdrag gesloten, waarbij Filips het deel tot aan de Maas kreeg. Toen Filips hetzelfde jaar zijn broer, Boudewijn IX van Vlaanderen, te hulp kwam in diens strijd tegen de Fransen om Artesië, viel hij in een hinderlaag van de Fransen in Leuze. Het zou tot de vrede van Péronne duren, voordat Filips vrijkwam. Toen de graaf van Vlaanderen in 1202 op kruistocht trok, duidde hij Filips aan als voogd over zijn twee dochters. De koning van Frankrijk beval Filips echter om de prinsessen naar Parijs te brengen om ze daar onder toezicht van de koningin op te voeden. Filips gehoorzaamde het bevel van de vorst, maar dit werd hem kwalijk genomen in Vlaanderen.
Filips I stierf zonder nageslacht en duidde zijn neef Filips aan als zijn opvolger. Het zou echter zijn zuster Yolande zijn die Filips zou opvolgen in Namen. Zijn weduwe zou in 1213 hertrouwen met Hendrik I van Brabant.
|