Hendrik volgde in 1205 zijn broer Boudewijn, die in 1205 spoorloos verdwenen was, op als keizer van Constantinopel. Hij stierf in 1216, waarschijnlijk werd hij vergiftigd door zijn tweede vrouw Maria Asen van Bulgarije.
Hij werd als keizer van het Latijnse Keizerrijk opgevolgd door zijn zus Yolande van Henegouwen en haar echtgenoot Peter van Courtenay.
Levensloop
Hendrik sloot zich in 1201 aan bij de Vierde Kruistocht en was aanwezig bij de diversen belegeringen van Constantinopel. Gedurende het beleg in juli 1203 was Hendrik een van de acht aanvoerders, de andere Bonifatius I van Monferrato (de kruistocht leider), Doge Enrico Dandolo (leider van de Venetieers), Lodewijk van Blois (een van de voornaamste volgers) en Hendrik's eigen broer Boudewijn van Vlaanderen, die de grootste groepsoldaten leidde. Gedurende het beleg van 1204 leide Hendrik een expeditie om aan levensmiddelen te komen en plunderden een kasteel in Philia bij de Zwarte zee. Volgens Robert de Clari bestond Hendrik's gevolg uit 30 ridders en een onbekend aantal ruiters (gekenmerktals Sergaents)[1]. Er werd een hinderlaag opgezet door keizer Alexios V Doukas Mourtzouphlos maar Hendrik en zijn mannen wisten de Grieken geruisloos te verslaan en kaapte een gerefiseerd iconische relict mee dat mogelijk aan Christus had behoord en keerde vervolgens terug naar het kruisvaarders kamp. Hendrik werd mede
Toen zijn oudere broer, Keizer Boudewijn I gevangen was genomen na de Slag bij Adrianople in april 1205 door de Bulgaren, werd Hendrik gekozen als opvolger door de regenten van het Latijnse rijk en volgde zijn broer op toen het nieuws bekend werd dat Boudewijn I dood was. Hij werd op 20 augustus 1206 gekroond tot Keizer.
Bronnen
- Akropolites, George (Ruth Macrides, ed.), The History. Oxford: University Press, 2007.
- Queller, Donald. The Fourth Crusade: The Conquest of Constantinople (Middle Ages), 1999.