Hij volgde in 1000 zijn vader op in Navarra en Aragon en werd ook graaf van Castilië (in 1029 na de dood van Graaf García II Sanchez). Sancho kreeg hiermede de hegemonie over de katholieke Spaanse vorsten en nam zelfs de keizerstitel aan. Hij verwierf ook de heerschappij over Barcelona en Baskenland en veroverde Cantabrië en grensgebieden van Asturië op Léon-Asturië.