Lidmaten Scherpenisse: belijdenis gedaan op 24 december 1677.
Met attestatie van Scherpenisse te St. Maartensdijk gekomen op 23 april 1688. Lidmaat buiten de stad in 1695,1706,1722,1724,1728.
RAZE 5351, fol. 136: genoemd als schepen.
RAZE 5904, fol. 25v/26, d.d. 5-5-1697: Verklaring van Jan van der Eijk, brouwer te Stavenisse, 100 pond vis schuldig te zijn aan Johannis Anthonisse; als onderpand geeft hij zij kromstevbenschuit met touwen, zeilen en ankers; borg is Adriaan Anthonisse. Op 18-5-1698 wordt deze schuld voor 250 Carolisguldens verlend; als onderpand blijft dezelfde schuit verbonden; borg is nu Jacomijntje Jans, weduwe van Adriaan Anthonisse (Lasonder 59-4, fol. 48v).
OP 22-3-1699 verklaart Pieter Gillisse van Beveren 100 Carolisguldens schuldig te zijn aan Johannis Anthonisse; de schuld is afbetaald op 3-3-1701 (RAZE 5904, fol. 65). Johannis Anthonisse koopt op 11-6-1700 de helft van een welgelegen hofstede met 65 gemeten en 136 roeden korenland en weiland te St.
Maartensdijk voor 60 gulden per gemet. Het daarop staande huis, schuur en bakkeet is eigendom van de pachter Pieter van Oost, doch bij het einde van de pacht zal de eigenaar van de grond het huis moeten overnemen voor maximaal 800 gulden (RAZE 5904, fol. 112).
Uit rekeningen van de rentmeester van de Domeinen van St. Maartensdijk en Scherpenisse blijkt dat Johannes Anthonisse vrij veel pchtland in gebruik heeft. In de jaren 1714-1720 b.v. ruim 48 gemeten (ARA 's Gravenhage inv. Hingman nr. 9203 e.v.).